Zoeken

Veelgestelde vragen

We hebben de veelvoorkomende vragen en antwoorden per categorie voor je op een rij gezet. Hieronder zie je de verschillende categorieën.

vragen van ouders

Wil je meer weten over de wetenschappelijke onderbouwing van relationele en seksuele vorming? Ga dan naar het kennisdossier op rutgers.nl. Veelgestelde vragen voor ouders vind je hier.

Ga direct naar informatie over:

Relationele seksuele vorming 

Wat is relationele en seksuele vorming?

De school heeft, naast ouders, de belangrijke taak om kinderen kennis en vaardigheden mee te geven die bijdragen aan een gezonde en veilige ontwikkeling van kinderen, zo ook op het gebied van relaties en seksualiteit. Dat noemen we ook wel relationele en seksuele vorming. We willen allemaal dat kinderen zo lang mogelijk onbezorgd kunnen opgroeien en dat kinderen gewoon kinderen kunnen zijn. Maar in een wereld van sociale media en internet worden kinderen steeds jonger geconfronteerd met seksualiteit, naaktbeelden, groepsdruk en misinformatie – vaak zonder dat ouders dit doorhebben. Door kinderen via school van eerlijke en betrouwbare informatie te voorzien, wordt een positiever zelfbeeld ontwikkeld en leren kinderen op een gezonde manier om te gaan met relaties en seksualiteit.   

Tijdens de lessen over relaties, seksualiteit en weerbaarheid staat juiste, leeftijdsgebonden informatie en weerbaarheid centraal. Zodat kinderen leren wat wel en niet oké is en hoe ze hun grenzen kunnen aangeven en die van anderen respecteren. Scholen en ouders zorgen er samen voor dat kinderen zichzelf kunnen zijn en zonder angst kunnen opgroeien. 

Waarom moeten scholen aandacht besteden aan relationele en seksuele vorming?

Iedereen wil dat kinderen veilig, gezond en gelukkig opgroeien. En dat kinderen leren wat wel en niet oké is, zodat ze hulp kunnen inschakelen als hen iets overkomt.
Ouders en verzorgers spelen thuis een belangrijke rol in het bijbrengen van normen en waarden, liefde en respect en het gevoel van eigenwaarde. Naast ouders hebben ook scholen de taak om kinderen kennis en vaardigheden mee te geven, belangrijke levenslessen die bijdragen aan een gezonde en veilige ontwikkeling. Zo ook op het gebied van relaties en seksualiteit. 
Op school brengen kinderen veel tijd door. Ze maken op school nieuwe vrienden en leren omgaan met elkaar, hoe zij hun wensen en grenzen kunnen aangeven en die van andere respecteren. Ze leren ook om te gaan met verschillende gevoelens, en worden er misschien wel voor het eerst verliefd. Daarom heeft de school de belangrijke taak om een veilige omgeving te creëren, waar kinderen zichzelf kunnen zijn en gezond op kunnen groeien.
Het is belangrijk dat school en ouders hierin samenwerken. Als school is het essentieel om ouders te betrekken en goed te informeren. Als ouder kun je altijd bij scholen terecht met vragen, bijvoorbeeld over de lessen die ze geven en waarom. Wil jij meer weten over de rol van ouders én school bij relationele en seksuele ontwikkeling? Lees er hier meer over. 

Wat is de taak van scholen?

De Nederlandse overheid biedt kaders voor goede relationele en seksuele vorming in en buiten het onderwijs. Bijvoorbeeld door landelijke kerndoelen voor het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs op te stellen, waardoor scholen verplicht zijn aandacht te geven aan seksualiteit en seksuele diversiteit. Hoe scholen hier invulling aan geven daar zijn zij vrij in. Dat kan met lespakketten, die worden gemaakt door partijen met kennis van seksuele ontwikkeling. Zoals voor alle vakken en thema’s waarover scholen lesgeven, kiezen scholen zelf een methode of lespakket dat bij hun school past. Dit is vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet over vrijheid van onderwijs. 
Rutgers en de GGD’en adviseren scholen, in lijn met de Rijksoverheid, om zoveel mogelijk gebruik te maken van een erkende lesmethode die door onafhankelijke experts is gecontroleerd op wetenschappelijke onderbouwing én effectiviteit. Door deze lessen aan te bieden in een doorlopende leerlijn zorgt de school ervoor dat kinderen en jongeren op structurele basis betrouwbare informatie krijgen die aansluiten bij hun leeftijd en ontwikkeling. Daar bovenop kunnen scholen allerlei extra activiteiten organiseren, zoals gastlessen van (ervarings)deskundigen of deelname aan themaweken zoals de Week van de Lentekriebels (voor het basisonderwijs en speciaal onderwijs). Ook andere themaweken als de Week tegen Pesten en de Week van Respect of de zilveren en gouden weken bieden aanknopingspunten. Met het landelijke programma Gezonde School kunnen scholen op een structurele manier aandacht besteden aan verschillende gezondheid bevorderende thema’s, waaronder relationele en seksuele vorming. 

Er zijn in Nederland 3 erkende lespakketten, door het RIVM beoordeeld en goed bevonden. Zie hier informatie over de erkende lesmaterialen. Als scholen deze lessen uitvoeren voldoen zij aan de gestelde kerndoelen. Het is belangrijk dat scholen structureel lesgeven in een doorlopende leerlijn van groep 1 t/m 8 van het basisonderwijs. 

Meer informatie over de wettelijke taak van de school vind je op de website van de Rijksoverheid. Lees hier ook meer over maatregelen die de overheid initieert op het gebied van relationele en seksuele vorming en lees hier waarom de overheid voorlichting en zorg op het gebied van relaties en seksualiteit bevordert. 

Hoeveel scholen besteden aandacht aan relationele en seksuele vorming?

Uit onderzoek van DUO Onderwijsonderzoek & Advies blijkt dat veel basisscholen hier aandacht aan besteden: 96% van de scholen besteedt aandacht aan relationele en seksuele voorlichting. Zo’n 40% doet dit met een door het RIVM erkende lesmethode, de overige scholen gebruiken andere of zelf ontwikkelde materialen. 

Waar draagt relationele en seksuele vorming aan bij?

Onderzoek laat zien dat relationele en seksuele vorming ertoe leidt dat kinderen een positiever beeld van zichzelf en hun lichaam hebben. Dat zij respectvoller met anderen omgaan en dat zij beter hun wensen en grenzen aan kunnen geven, en dus ook weerbaarder zijn tegen geweld en misbruik. Daarnaast laat onderzoek zien dat jongeren die goed zijn voorgelicht op latere leeftijd bewustere, gezondere en veiligere keuzes maken. Zo gebruiken zij vaker bescherming en krijgen zij ook minder vaak te maken krijgen met problemen als seksuele grensoverschrijding, misbruik, soa’s of ongeplande zwangerschap. Een mooie illustratie: het aantal tienerzwangerschappen ligt bij ons in Nederland veel lager dan in de VS, waar kinderen nauwelijks worden voorgelicht. Sinds 2012, het jaar waarin relationele en seksuele vorming in Nederland verplicht werd op school, is het aantal tienerzwangerschappen bovendien gehalveerd. Tegelijkertijd is het natuurlijk altijd moeilijk om de voorlichting die kinderen en jongeren op school krijgen los te koppelen van de voorlichting die zij thuis en in de samenleving mee krijgen, bijvoorbeeld door campagnes die aandacht besteden aan veilig vrijen en respectvolle omgangsvormen. Of met wet- en regelgeving en toegang tot juiste zorg. Vaak gaan deze maatregelen hand in hand, en leveren allemaal een positieve bijdrage aan een gezonde en veilige ontwikkeling van kinderen en jongeren . Voor een uitgebreidere toelichting, verwijzen we door naar ons Achtergronddossier relationele en seksuele vorming. 

Onderzoek laat daarnaast zien dat lessen relationele en seksuele vorming de meeste positieve effecten heeft op een gezonde en veilige ontwikkeling van kinderen en jongeren wanneer de lessen niet eenmalig worden aangeboden, bijvoorbeeld in de vorm van een gastles, maar wanneer deze structureel (elk jaar en door het hele jaar) worden aangeboden, zodat de kennis en vaardigheden aansluiten bij de leeftijd, ontwikkeling en leefwereld van kinderen en jongeren. In het basisonderwijs zijn dit onderwerpen als het lichaam, overeenkomsten en verschillen, fysieke en emotionele veranderingen in de puberteit, respectvolle omgangsvormen, herkennen en respecteren van elkaars wensen en grenzen en omgaan met diversiteit. Zo draagt relationele en seksuele vorming bij aan kennis over bijvoorbeeld soa/hiv, anticonceptie, seks in het algemeen, zwangerschap en attitudes en vaardigheden (bijvoorbeeld sociale vaardigheden, maar ook vaardigheden om seksuele risico’s te vermijden). Wil je meer weten kijk dan op rutgers.nl/kennisdossier. 

Is relationele en seksuele vorming niet een taak voor de ouders?

Ouders hebben een essentiële rol bij de seksuele opvoeding van kinderen. Zij geven thuis belangrijke normen en waarden mee, zoals liefde, respect en eigenwaarde. Voor veel kinderen zijn de ouders ook het eerste aanspreekpunt voor vragen die zij hebben. Ouders bepalen op deze manier hoe en wanneer zij thuis voorlichting geven welke informatie zij delen. Daarnaast heeft school de belangrijke taak om kinderen kennis en vaardigheden bij te brengen die bijdragen aan een veilige en gezonde ontwikkeling van kinderen. Daarom is het thema verplicht voor het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs, lees hier meer over de kerndoelen van het onderwijs. 

Op school brengen kinderen veel tijd door. Zij maken daar nieuwe vrienden en leren hoe zij omgaan met elkaar, hoe zij hun wensen en grenzen kunnen aangeven en die van anderen kunnen respecteren. De school is dus een belangrijke plek voor de ontwikkeling van kinderen. Daarom heeft de school de belangrijke taak om een veilige omgeving te creëren, waar kinderen zichzelf kunnen zijn en gezond en veilig op kunnen groeien. Lessen relationele en seksuele voorlichting dragen hieraan bij. 

Er is ook een groep kinderen die thuis geen voorlichting krijgt. Bijvoorbeeld omdat het thema thuis taboe is. Ook zijn er kinderen waarbij thuis geen veilige plek is. Ook die kinderen zitten met vragen. Zij kunnen online of bij leeftijdsgenootjes op zoek gaan naar antwoorden. Daar komen zij vaak onjuiste en onvolledige informatie tegen, of beelden die niet voor hun leeftijd geschikt zijn. Door op school over deze thema’s te praten, zorg je ervoor dat je hier betrouwbare informatie tegenover zet en zorg je ervoor dat kinderen en jongeren kennis en vaardigheden ontwikkelen die hun helpen om gezond en veilig op te groeien en waarmee zij later bewuste keuzes kunnen maken. 

Daarom is het belangrijk dat ouders en scholen goed samenwerken. Dat scholen ouders goed betrekken en informeren over de lessen. En dat ouders bij de school terecht kunnen met vragen die zij hebben en met de leerkracht of schoolleiding in gesprek kunnen gaan. 

Veelgestelde vragen voor ouders
Week van de Lentekriebels 

Wat is de Week van de Lentekriebels?

De Week van de Lentekriebels is een landelijke projectweek voor het basisonderwijs en speciaal onderwijs waarin relationele en seksuele vorming centraal staat. Tijdens deze week krijgen leerlingen van groep 1 tot en met 8 op een passende en leeftijdsgebonden manier les over onderwerpen als relaties, seksualiteit, grenzen aangeven en weerbaarheid. In de Week van de Lentekriebels staat juiste en leeftijdsgebonden informatie  centraal. Zodat kinderen leren wat wel en niet oké is en hoe ze hun grenzen kunnen aangeven. Samen met scholen en ouders zorgen we ervoor dat kinderen zichzelf kunnen zijn en zonder angst kunnen opgroeien. 

De projectweek voor het basis- en speciaal onderwijs helpt scholen om relationele en seksuele voorlichting duurzaam in te bedden en een plek te geven in het schoolplan. Voor scholen die nog niet met het thema aan de slag zijn, is het een startpunt. Voor andere scholen is het een jaarlijkse reminder om structureel aandacht aan het thema te blijven besteden, ouders te informeren en bijvoorbeeld het team inhoudelijk bij te spijkeren. Door structureel elk jaar in groep 1 t/m 8 les te geven over relaties, seksualiteit en weerbaarheid, aansluitend bij de leeftijd en leefwereld van kinderen, dragen scholen bij aan een gezonde en veilige ontwikkeling van leerlingen. 

Is het voor scholen verplicht om mee te doen aan de Week van de Lentekriebels?

Scholen hoeven niet mee te doen met de Week van de Lentekriebels. Scholen zijn wel verplicht om aandacht te besteden aan seksualiteit en seksuele diversiteit. De manier waarop ze dat doen en welk lesmateriaal ze daarvoor gebruiken daar zijn scholen vrij in. Zie voor meer informatie rijksoverheid.nl. 

Lesmateriaal 

Is het lesmateriaal specifiek leeftijdsgebonden?

De lessen die scholen inzetten, zijn aangepast aan de leeftijd en de ontwikkeling van de kinderen en jongeren. Dit geldt zeker voor de drie erkende lesmethoden. De lessen sluiten aan bij de leeftijd en belevingswereld van kinderen en jongeren, zodat zij zich veilig en gezond kunnen ontwikkelen. Elk leerjaar worden dezelfde thema’s behandeld, maar steeds aangepast aan de leeftijd en bijvoorbeeld ook aan de vragen die zij per leeftijdsfase hebben. 

Enkele voorbeelden: 

  • Kinderen van 4 jaar zijn nieuwsgierig naar hun lichaam en dat van anderen. Ze leren bijvoorbeeld wat de verschillen en overeenkomsten tussen jongens en meiden zijn. 
  • Kinderen van 6 jaar kunnen heel nieuwsgierig zijn naar de voortplanting. Ze leren waar de baby vandaan komt, hoe deze in en uit de buik komt. 
  • Bij kinderen van 8 jaar kunnen de eerste verliefdheden en verkering een rol spelen. Zij leren over het verschil tussen verliefd zijn en vriendschap. 
  • Kinderen van 10 jaar kunnen zich meer gaan schamen voor hun lichaam en bijvoorbeeld onzeker zijn over hun eigen lichaam. Zij leren over de lichamelijke en emotionele veranderingen tijdens de puberteit en leren dat iedereen uniek en speciaal is.  
  • Kinderen van 12 jaar kunnen zich meer gaan interesseren in onderwerpen die te maken hebben met seksualiteit.  Ze leren hoe ze veilig online kunnen zijn en dat er verschil is tussen seks in de realiteit en seks in de media 

Hoe wordt het lesmateriaal ontwikkeld, getest en bijgehouden?

De door het RIVM erkende lesmethoden zijn allemaal ontwikkeld op basis van internationale richtlijnen (Unesco, WHO), Nederlandse richtlijnen voor onderwijs op het gebied van relaties en seksualiteit (SLO) en de landelijke kerndoelen voor het onderwijs zoals opgesteld door de Nederlandse overheid. Het RIVM erkent of deze lesmethoden goed zijn onderbouwd, aansluiten bij de leeftijd en ontwikkeling van kinderen en jongeren en in lijn zijn met recente wetenschappelijke inzichten. Om erkend te kunnen blijven, moeten de lesmethoden elke vijf jaar uitgebreid geëvalueerd worden. Daarnaast worden deze erkende methoden doorlopend getest, gebruikt, geëvalueerd en aangepast aan recente inzichten vanuit de wetenschap en de praktijk op school. Daar worden ervaringen van ouders, kinderen, jongeren, leerkrachten en schoolleiding in meegenomen.   

Kijk hier voor een volledig overzicht van alle erkende interventies voor het basisonderwijs. En hier naar de wettelijke kaders en handvatten die gelden voor scholen. 

Uw browser (Internet Explorer 11) is verouderd en wordt niet meer ondersteund. Hierdoor werkt deze website mogelijk niet juist. Installeer Google Chrome of update uw browser voor meer internetveiligheid en een beter weergave.