Uw browser (Internet Explorer 11) is verouderd en wordt niet meer ondersteund. Hierdoor werkt deze website mogelijk niet juist. Installeer Google Chrome of update uw browser voor meer internetveiligheid en een beter weergave.

Zoeken
Onderzoek

Rapportage Onderzoek: Relationele en seksuele vorming in het VO

Onderzoek naar relationele en seksuele vorming in het voortgezet onderwijs in 2021.

Onderzoek onder 723 onderwijsprofessionals

Aan het onderzoek, dat is verricht in november-december 2021, hebben 356 docenten biologie, 154 docenten maatschappijleer en 213 schoolleiders in het voortgezet onderwijs deelgenomen.

Download het complete onderzoek (PDF)

De belangrijkste resultaten:

  1. Op verreweg de meeste scholen (96%) wordt aandacht besteed aan relationele en seksuele vorming. Op één op de 25 scholen in het voortgezet onderwijs wordt (zo geven de schoolleiders aan) geen aandacht besteed aan relationele en seksuele vorming. Gebrek aan tijd, onvoldoende expertise en niet beschikken over geschikt lesmateriaal worden als redenen daarvoor genoemd.
  2. Docenten besteden met name aandacht aan relationele en seksuele vorming op (min of meer) vaste momenten in het schooljaar en dan met name als er in de reguliere lesmethode aandacht aan wordt besteed. Maar ook vragen van leerlingen en voorvallen/incidenten op school kunnen aanleiding zijn voor aandacht.
  3. De mening over de aandacht die op school wordt besteed aan relationele en seksuele vorming is verdeeld: de helft van de docenten maatschappijleer en bijna vier op de tien docenten biologie vinden dat er onvoldoende aandacht aan wordt besteed. En kwart van de schoolleiders vindt dat ook.
  4. De helft van de docenten (zowel biologie als maatschappijleer) vindt dat er in hun reguliere lesmethode (die zij voor hun vak gebruiken) voldoende aandacht wordt besteed aan de relationele en seksuele vorming van leerlingen. Naast de mate van aandacht, hebben we docenten ook gevraagd naar de inhoud van hun reguliere lessen: Circa 6 op de 10 docenten is ontevreden over de wijze waarop in hun reguliere lesmethode aandacht wordt besteed aan relationele en seksuele vorming. Zowel wat betreft ‘hoeveelheid aandacht’ als ‘wijze waarop’ zijn binnen het VO belangrijke stappen te zetten.
  5. Bijna vier van de tien docenten die in hun lessen aandacht besteden aan relationele en seksuele vorming maken gebruik van aanvullend lesmateriaal (aanvullend op hun reguliere lesmethode). Circa driekwart van deze docenten is tevreden over de wijze waarop in dit aanvullende lesmateriaal aandacht wordt besteed aan relationele en seksuele vorming.
  6. Alhoewel voor alle voorgelegde onderwerpen op het gebied van relationele en seksuele vorming (van voortplanting tot weerbaarheid en van consent tot seksueel plezier) geldt dat een ruime meerderheid van de docenten en schoolleiders het belangrijk vindt dat er op hun school aandacht aan wordt besteed, lijken lang niet alle onderwerpen daadwerkelijk aan bod te komen. Weinig scholen besteden aandacht aan de onderwerpen seksueel plezier (22%), consent (toestemming) (36%), weerbaarheid en seksuele grensoverschrijding (46%) en veiligheid online (57%). Daarnaast besteden docenten tijdens hun lessen ook relatief weinig aandacht aan de onderwerpen ‘verliefdheid en relaties’ en ‘voortplanting en gezinsvorming’.
  1. Onvoldoende tijd/ruimte in het lesprogramma en weerstand bij leerlingen zijn de vaakst door docenten genoemde barrières bij het lesgeven over relationele en seksuele vorming. En hoewel we de relatie niet (hard) vanuit de onderzoeksresultaten kunnen leggen, lijkt ‘ongemak’ een reden te zijn waarom docenten aan bepaalde onderwerpen (die meestal niet in de reguliere lesmethode aan bod komen) geen aandacht besteden in hun lessen.
  2. Ruim de helft van de schoolleiders en docenten (van docenten biologie zelfs twee derde) geeft aan dat door COVID-19 minder of veel minder aandacht besteed is aan relationele en seksuele vorming.

 

Onderzoek uitgevoerd door: DUO Onderwijsonderzoek & Advies

 

Download het complete onderzoek (PDF)
Onderzoeken

Gerelateerd

Bekijk ook onze andere onderzoeken.