Uw browser (Internet Explorer 11) is verouderd en wordt niet meer ondersteund. Hierdoor werkt deze website mogelijk niet juist. Installeer Google Chrome of update uw browser voor meer internetveiligheid en een beter weergave.

Zoeken
Onderwerp

Seksuele ontwikkeling 4-6 jaar

De peuter- en kleuterperiode is een ontdekkingsfase. Peuters en kleuters ontdekken overeenkomsten en verschillen tussen jongens en meisjes. Ze ontdekken hun lichaam en dat van anderen: hoe dat eruit ziet en aanvoelt, hoe geslachtsdelen heten en wat je daarmee kunt. Ze willen van alles weten, bijvoorbeeld waar baby’s vandaan komen. En ze moeten zich de heersende sociaal-culturele normen nog eigen maken. Het komt daarom nogal eens voor dat ze hun geslachtsdelen laten zien of er in het openbaar aan zitten.

Seksuele ontwikkeling peuter en kleuter

Als leerkracht kun je kinderen van deze leeftijd:

  • Sociale regels leren over welk (seksueel) gedrag wel of niet toelaatbaar is;
  • Informatie geven over het lichaam;
  • Vertellen dat (de meeste) jongens een piemel hebben en (de meeste) meisjes een vulva of vagina;
  • Vertellen waar baby’s vandaan komen.

Lichamelijke ontwikkeling

Met de ontwikkeling van het zelfbeeld, vanaf een jaar of 2, komt ook de ontwikkeling van het lichaamsbeeld op gang. Peuters en kleuters zijn zich nog niet bewust van sociale normen rondom uiterlijk of hoe anderen hen zien. Daarom komt ontevredenheid over het eigen uiterlijk op deze leeftijd weinig voor.

Relationele ontwikkeling

Vanaf de leeftijd van 4 jaar gaan kinderen naar school en krijgen ze te maken met klasgenoten. Ongeveer driekwart van de kleuters heeft al een of meerdere ‘vrienden’, hoewel vriendschappen vaak nog niet heel diep gaan en vaak kort duren. Ongeveer 30% van de kleuters speelt ook met kinderen van de andere sekse. Klasgenoten kunnen een rol gaan spelen in het gedrag of opvattingen van een kind. Ze kunnen bijvoorbeeld negatief reageren als een kind zich niet volgens de eigen genderrol gedraagt. Op deze leeftijd heeft de reactie van anderen echter nog weinig gevolgen voor het gevoel van eigenwaarde. Kinderen beseffen wel wat anderen van hen vinden, maar maken zich dit nog niet eigen. Ook kunnen ze zich nog niet zo goed in anderen verplaatsen.
Kleuters zeggen soms zelfs dat ze ‘verliefd’ zijn. Ouders beschrijven deze gevoelens van verliefdheid vaak als sterke genegenheid, of graag bij de ander in de buurt willen zijn.

Genderidentiteit

Vanaf 3 jaar weten kinderen of ze zelf een jongen of een meisje zijn. Ze denken soms nog wel dat dit later kan veranderen. Kinderen die weten dat ze een jongen of meisje zijn, gaan zich steeds meer volgens de eigen genderrol gedragen. Rond een jaar of 5 weten kinderen dat sekse een feit is. Ideeën over genderrollen zijn vaak erg star in deze levensfase, vooral bij kinderen van 5 en 6 jaar.

Seksueel gedrag

Vanaf dat ze ongeveer 6 maanden zijn, raken jongens hun geslachtsdelen onbewust aan. Meisjes doen dit vanaf een maand of 8. Later wordt het aanraken doelgerichter. Tussen 15 en 19 maanden stimuleren sommige kinderen de geslachtsdelen. Bijvoorbeeld met de hand, door de bovenbeentjes tegen elkaar te drukken of door ergens tegenaan te wrijven. Rond de 3 jaar begint bij sommige kinderen de ‘viezewoordenfase’. Kinderen zeggen dan ineens vaak ‘poep’ of ‘piemel’, meestal voor de grap of om een reactie uit te lokken. Veel peuters laten hun eigen geslachtsdelen aan anderen zien. Soms doen ze spelletjes om hun lichaam te ontdekken, zoals ‘doktertje’.

Vanaf 2 jaar gaan kinderen vragen stellen over onderwerpen die te maken hebben met seksualiteit. Bijvoorbeeld over de verschillen tussen jongens en meisjes, zwangerschap en geboorte. Een erg gedetailleerd antwoord begrijpen kinderen dan nog niet. De meeste kinderen van deze leeftijd weten wel dat je een man en een vrouw nodig hebt om kinderen te maken. Maar ze weten vaak nog nauwelijks hoe voortplanting precies werkt.