Uw browser (Internet Explorer 11) is verouderd en wordt niet meer ondersteund. Hierdoor werkt deze website mogelijk niet juist. Installeer Google Chrome of update uw browser voor meer internetveiligheid en een beter weergave.

Zoeken

Geven van seksuele vorming in het basisonderwijs

Als je lesgeeft over relaties en seksualiteit kunnen leerlingen daar verschillend op reageren. Zij kunnen verlegen of juist lacherig reageren, schuttingtaal gebruiken, respectloos met elkaar omgaan, elkaar uitlachen of uitschelden.

Veilige sfeer in de klas

Lessen over relaties en seksualiteit moeten in een veilige sfeer worden gegeven, zodat leerlingen open durven te praten en vragen stellen, maar ook hun grenzen durven aan te geven.Voordat u start met de lessen is het belangrijk om met de kinderen een aantal afspraken te maken:

  1. Laat elkaar uitpraten
  2. Uitlachen mag niet, lachen en giechelen mag wel
  3. Heb respect voor elkaars opvattingen en gewoonten, ook al ben je het daar niet mee eens.
  4. De afspraak ‘je mag over jezelf vertellen, maar het hoeft niet’ is belangrijk om kinderen hun eigen grenzen te laten stellen.
  5. Als slotafspraak: alles wat hier wordt besproken over persoonlijke dingen, mag niet met anderen worden gedeeld. Dit moet op een genuanceerde manier duidelijk gemaakt moeten worden. Absolute geheimhouding is natuurlijk onmogelijk en ook niet de bedoeling. Je wilt alleen voorkomen dat wat zij over zichzelf vertellen doorverteld wordt op het schoolplein.

Schrijf deze afspraken op het bord of hang ze op in de klas. Nodig de kinderen uit om ook nog eigen regels toe te voegen. Ondanks deze afspraken kan het voorkomen dat er in de klas geen veilige sfeer is, om wat voor redenen dan ook. Je moet dan achterhalen wat hier de oorzaak van is en misschien een keuze maken in de lessen of de werkvormen die gebruikt worden. Begin dan met een makkelijk les en een werkvorm waarbij ze niet of nauwelijks iets hoeven te delen met elkaar.

Wanneer start je met seksuele vorming?

Bij de start van een nieuw leerjaar is de veiligheid in de klas vaak nog onvoldoende aanwezig en zal er eerst een vertrouwensband moeten groeien. Wacht met de lessen tot er in de klas voldoende vertrouwen en veiligheid is en de leerlingen elkaar al wat langer kennen.

Een goed moment om te beginnen met de lessen is in de lente, bijvoorbeeld tijdens de Week van de Lentekriebels.

Omgaan met diversiteit

In een klas tref je een diversiteit aan leerlingen. Leerlingen met verschillend sociaal- emotionele en cognitieve ontwikkeling, jongens en meisjes, met verschillende culturele achtergronden en mogelijk ook een verschillende (beginnende) geaardheid. Met al deze verschillen krijg je als leerkracht te maken.

Verschillen in ontwikkeling

Kinderen kunnen onderling sterk verschillen in hun relationele en seksuele ontwikkeling. Het ene kind is soms seksueel meer ervaren of rijper dan het andere, of het ene kind weet meer dan het andere. Zaken die hierbij een belangrijke rol spelen zijn:

  • Opvoeding
  • Eerder opgedane ervaringen
  • Sociaal-emotionele ontwikkeling
  • Cognitieve ontwikkeling
Tijdens een les over besnijdenis vroeg ik de jongens of een van hen wilde vertellen over de gebruiken en het feest. De andere kinderen vonden dat reuze interessant. Zo leerden ze zich in te leven in andere culturele traditie"
Leerkracht groep 8

Deze verschillen worden op school zichtbaar in gedrag, gevoelens, opvattingen en vaardigheden. Waar de ene leerling precies wil weten hoe de baby in mama’s buik is gekomen, is dit voor een andere leerling geen belangrijke vraag. Waar de ene leerling gefascineerd lijkt door bloot, heeft de andere weinig belangstelling voor het eigen lichaam of dat van anderen. Het is aan jou om rekening te houden met deze diversiteit. Hoe groot de verschillen ook zijn, alle kinderen hebben recht op betrouwbare informatie over relaties en seksualiteit. Leerlingen pikken zelf de informatie op waar ze aan toe zijn.

Verschillen tussen jongens en meisjes

Jongens en meisjes vertonen onderling veel overeenkomsten, maar verschillen ook van elkaar:

We raden je aan om zoveel mogelijk in gemengde groepen les te geven, zodat jongens en meisjes op deze manier ook van elkaar leren. Het kan soms goed zijn om een onderwerp te behandelen in groepen met alleen jongens of meisjes of in gemengde groepen met jongens en meisjes door elkaar. Jongens en meisjes praten dan misschien vrijer over het onderwerp en durven meer vragen te stellen. Let er wel op dat aan het eind van de les de groepen weer bij elkaar worden gevoegd en de informatie met elkaar wordt uitgewisseld.

Culturele en religieuze diversiteit geloofsachtergronden

De invloed van cultuur en religie of geloofsovertuiging komt terug bij lessen over relaties en seksualiteit. De ene leerling praat makkelijker over dit onderwerp dan de andere leerling.

Soms zijn bepaalde onderwerpen een taboe thuis zoals homoseksualiteit, seks of abortus of hebben leerlingen een kennisachterstand. Geef aandacht aan individuele verschillen in kennis, houding, denkbeelden en gedrag en benoem ook de overeenkomsten tussen leerlingen. Pas op voor aannames en generaliseer niet naar groepen en let erop dat iedereen mee kan doen in de klas. Zorg ervoor dat leerlingen respectvol met elkaar omgaan en laat hen zelf hun verhaal doen.

Geef aandacht aan gender-oriëntatie

Leerlingen hebben soms stereotiepe beelden over homoseksualiteit. Ze groeien op in een omgeving waar soms weinig ruimte is voor diversiteit. Of leerlingen met homoseksuele ouders worden minder (snel) geaccepteerd. Leerlingen moeten ruimte krijgen hun eigen genderidentiteit te ontwikkelen. Ook in lessen relationele en seksuele vorming wordt aandacht besteed aan gender-oriëntatie en verschillende types relaties. Het is belangrijk leerlingen die zich negatief uitlaten over homoseksualiteit of andere kinderen uitschelden voor homo, aan te spreken op hun gedrag. Als een leerling het woord homo als scheldwoord gebruikt moet dat altijd worden gecorrigeerd. Geef hierin zelf ook het goede voorbeeld.

Welke vragen hebben leerlingen?

Tijdens lessen in seksuele voorlichting kunnen leerlingen allerlei vragen over seksualiteit stellen. Veel kinderen zijn nieuwsgierig en willen graag een duidelijk antwoord. Je maakt het onderwerp bespreekbaar door de vragen adequaat te beantwoorden en er niet van te schrikken. Leerlingen ervaren dan dat ze bij jou terecht kunnen met vragen.

Op jonge leeftijd stellen leerlingen veel ‘waarom’ of ‘hoe’ vragen:

  • Waarom heeft iemand seks?
  • Hoe komt een baby in de buik?

Veel vragen van leerlingen gaan over begrippen waarvan ze de betekenis onvoldoende kennen. Mogelijke vragen zijn dan:

  • Wat is een homo?
  • Wat is neuken?
  • Wat is ongesteld?
  • Wat is masturbatie?
Hoe oud was u toen u voor het eerst met iemand zoende?
Leerling uit groep 6

Sommige leerkrachten vinden het lastig om vragen van leerlingen goed te beantwoorden. Ze missen de kennis of ze weten niet hoe kinderen hierop reageren.

Krijg je een vraag waarop je niet meteen het antwoord weet ga dan samen met de leerlingen op zoek naar het antwoord. Je kunt een vraag ook bij de leerlingen terug leggen door te vragen wat ze denken dat het antwoord is of of iemand anders het antwoord weet. Je kunt daarna het antwoord aanvullen.

Wil je het zelf opzoeken zeg dit dan tegen de leerlingen en kom er later ook daadwerkelijk op terug. Vind je het lastig om geconfronteerd te worden met directe vragen, dan kun je een vragenbox in de klas zetten. Hierin kunnen leerlingen (anoniem) hun vragen stoppen. Hierdoor kun je zien wat er speelt, kun je de antwoorden voorbereiden en ze eventueel verwerken in de lessen. Als leerlingen wat ouder zijn, proberen ze leerkrachten soms uit de tent te lokken. Leerlingen kunnen dan meer persoonlijke en confronterende vragen gaan stellen.

Sommige vragen van leerlingen kunnen dan ook heel persoonlijk zijn. Als leerkracht hoef je niet op alle vragen een antwoord te geven. Het is belangrijk dat je hierbij je eigen grenzen in de gaten houdt. Je kunt vragen ook terugspelen naar leerlingen door te vragen, waarom ze dit willen weten, of wat ze precies willen weten.

Je kunt een persoonlijk antwoord geven, maar probeer de informatie in een breder perspectief te plaatsen. Bijvoorbeeld: “Het is niet zo belangrijk om te weten op welke leeftijd ik voor het eerst seks heb gehad. Het is veel belangrijker om te weten, dat iedereen zelf bepaalt wanneer hij of zij hier aan toe is.” Als het een persoonlijke vraag is die je niet wilt beantwoorden kun je dat aan de leerlingen aangeven, je geeft hiermee ook een voorbeeld. Leerlingen leren hierdoor dat er grenzen zijn en dat ook zij hun grenzen mogen aangeven als het over deze onderwerpen gaat

Hoe reageer je op vragen?

Een leerling vraagt “Hoe oud was u toen u voor het eerst met iemand zoende?” “Hoe oud was u toen u voor het eerst seks had?”.

Zo kun je reageren

Het is belangrijk dat je hierbij je eigen grenzen in de gaten houdt. Praten over seks betekent zeker niet dat je alles over jezelf moet vertellen. Je kunt een persoonlijk antwoord geven, maar zorg er voor dat je antwoord geen maatstaf wordt.

Zo kun je reageren

Plaats de informatie in een breder perspectief. Bijvoorbeeld: “Het is niet zo belangrijk om te weten op welke leeftijd ik voor het eerst seks heb gehad, het is veel belangrijker om te weten, dat iedereen zelf bepaalt wanneer hij of zij hier aan toe is.”

Zo kun je reageren

Directe vragen kun je ook terugspelen: ”Waarom wil je dit weten, of “Wat wil je precies weten?”.

Tips over het beantwoorden van vragen van leerlingen

  1. Realiseer je dat kinderen anders naar seksualiteit kijken dan volwassenen (kinderen ervaren hierbij geen gevoelens van lust, zij kijken hier veel objectiever naar).
  2. Sluit in de antwoorden aan bij de ontwikkelingsfase van de kinderen.
  3. Sluit aan bij de taal van de leerlingen en maak afspraken over het woordgebruik.
  4. Check in de klas of er meer leerlingen zijn met dezelfde vragen.
  5. Nodig leerlingen ook uit zelf antwoorden te bedenken (hiermee kunt u zien wat leerlingen zelf al weten over het onderwerp).
  6. Hanteer de Socrates-methode (stel verschillende soorten vragen) en nodig leerlingen uit zelf ook na te denken over seksualiteit.
  7. Geef geen morele antwoorden, maar objectieve informatie.
  8. Bedenk ook wat je vroeger zelf als antwoord gewild zou hebben.
  9. Hier vind je een overzicht van veelgestelde vragen van kinderen met antwoorden van een expert.
Hoe reageer je op vragen?

Tijdens een televisieprogramma had een leerling van groep 3 thuis het woord ‘neuken’ gehoord. Hij vroeg zijn ouders: “Wat is neuken?” Zijn ouders ontweken de vraag en zeiden: “Dat leer je wel op school”. En dus stelde hij de volgende dag dezelfde vraag aan zijn juf tijdens het kringgesprek.

Zo kun je reageren

Honoreer de vraag. Bijvoorbeeld: “Goed dat je deze vraag durft te stellen”. Vraag of er meer kinderen zijn met dezelfde vraag en nodig andere kinderen uit mee te denken over het antwoord.

Zo kun je reageren

Als niemand weet wat het betekent, geef dan een objectief antwoord. Bijvoorbeeld: “Neuken is iets dat grote mensen doen als ze elkaar heel lief vinden of verliefd zijn. Meestal is dat voor kinderen voldoende informatie.

Zo kun je reageren

Merk op dat ‘neuken’ niet altijd een prettig woord is. Vraag of ze misschien andere woorden kennen. Zo niet, introduceer dan zelf minder aanstootgevende woorden als ‘vrijen’ of ‘met elkaar naar bed gaan’.

Ook interessant voor jou