Uw browser (Internet Explorer 11) is verouderd en wordt niet meer ondersteund. Hierdoor werkt deze website mogelijk niet juist. Installeer Google Chrome of update uw browser voor meer internetveiligheid en een beter weergave.

Zoeken

Signaleren van problemen op het speciaal onderwijs

Voor sommige leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs verloopt de seksuele ontwikkeling zonder problemen. Er kunnen ook leerlingen zijn die seksueel grensoverschrijdend gedrag vertonen, seksueel misbruik hebben meegemaakt of ongepland zwanger raken. Sommige leerlingen worstelen met hun seksuele of genderidentiteit en worden daarmee gepest. Hoe kun je dit als leerkracht tijdig signaleren en zorgen voor goede opvang en begeleiding

Seksueel grensoverschrijdend gedrag

Het is soms lastig om te bepalen wanneer seksueel gedrag gezond of zorgwekkend is. Het Vlaggensysteem biedt houvast met een aantal spelregels. Dit helpt je om seksueel gedrag te interpreteren. Lees hier meer over het Vlaggensysteem en over mogelijkheden tot begeleiding of verwijzing.

Ontwikkelingsleeftijd

De meeste leerlingen experimenteren met seksueel gedrag. Zo ontdekken ze hun eigen lichaam, eigen wensen en grenzen en maken ze zich sociale regels eigen. Ze tasten op seksueel gebied grenzen af en ook daar moeten ze in bijgestuurd worden. Volg de seksuele ontwikkelingsfase van jouw leerling op sociaal-emotioneel niveau en kijk ook naar de lichamelijke ontwikkelingsfase. Zo kun je goed inschatten of het gedrag past bij de ontwikkelingsleeftijd van de leerling.

Veilig of grensoverschrijdend?

Om in te schatten of seksueel gedrag van een leerling gezond, veilig, ongewenst of grensoverschrijdend is, kun je onderstaande spelregels gebruiken.

Wederzijdse toestemming
Leerlingen doen spelletjes, zijn nieuwsgierig. Een belangrijk criterium bij het interpreteren van seksueel gedrag is: wil de leerling het zelf? Wil de andere leerling het ook? Vinden beide leerlingen het seksuele gedrag prettig?

Vrijwilligheid
Kiest de leerling er zelf voor? Durft de leerling nee te zeggen? Is de leerling in staat om nee te zeggen als hij of zij het niet wil?

Gelijkwaardigheid
Zijn de leerlingen even oud, sterk, slim, populair? Of is er sprake van een machtsverschil?

Ontwikkelingsadequaat
Doet de leerling niets waar het te jong of te oud voor is? Past het seksuele gedrag bij de ontwikkelingsleeftijd van het kind?

Context adequaat
Is het seksuele gedrag van de leerling gepast, stoort of choqueert het anderen in de omgeving niet?

Zelfrespect
Heeft de leerling zicht op de gevolgen van zijn of haar gedrag? Neemt het geen risico’s die schadelijke gevolgen kunnen hebben?

Frans, E., Franck T. (2010). Vlaggensysteem. Praten met kinderen en jongeren over seks en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Antwerpen – Apeldoorn: Garant.

Hoe interpreteren?

Voldoet het seksuele gedrag niet aan alle bovenstaande criteria? Dan moet de situatie nader bekeken worden. Vaak heeft seksueel gedrag een functie voor de leerling. Soms maakt het deel uit van een gezonde seksuele ontwikkeling, maar er kan ook sprake zijn van licht of ernstig grensoverschrijdend gedrag. Bij jonge leerlingen en ook bij leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs ontbreekt vaak een duidelijk referentiekader. Het is dan belangrijk dat je het gedrag van de leerling bijstuurt en uitlegt waarom bepaald gedrag niet toelaatbaar of acceptabel is. Soms is afleiden of benoemen en begrenzen voldoende. Soms moet je gedrag beslist begrenzen. Je moet dan consequenties aan het gedrag verbinden, zoals een waarschuwing of straf als het gedrag nogmaals voorkomt of beloning als het gedrag uitblijft. In ernstige gevallen moet je het gedrag verbieden en ingrijpen, zodat dit niet nogmaals voor kan komen. Je kunt het Vlaggensysteem gebruiken om de ernst van een situatie in te schatten. Heb je twijfels? Bespreek jouw twijfels met collega’s en een zorgprofessional.

Wettelijke plicht

Sinds 1 juli 2013 is er een verplichte meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Het melden van (vermoedens) van seksueel misbruik valt onder deze wet en meldcode. Onderaan deze pagina vind je meer informatie over de meldcode en de stappen die je kunt volgen.

In situaties waar sprake is van seksueel misbruik bij leerlingen met een verstandelijke beperking, mag je nooit aan waarheidsvinding doen. Volg altijd het protocol of de meldcode. Bij leerlingen met een verstandelijke beperking is de gesprekstechniek om te achterhalen wat er daadwerkelijk precies gebeurd is essentieel. Dit moet door een speciaal opgeleide professional gebeuren. Ga dus niet zelf improviseren.

Seksuele en genderidentiteitsontwikkeling

Leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs kunnen worstelen met hun eigen seksuele of genderidentiteit. Zelfacceptatie en sociale acceptatie in de klas zijn niet altijd vanzelfsprekend. Hoe kun je als leraar respectvolle omgang stimuleren en een veilige leeromgeving creëren? En hoe kun je psychosociale problemen signaleren?

Seksuele oriëntatie

Vanaf een jaar of 10 kunnen leerlingen voor het eerst verliefde gevoelens ervaren of zich aangetrokken voelen tot iemand van hetzelfde geslacht. Leerlingen kunnen in de war raken van deze gevoelens en ze (nog) niet als homoseksueel of biseksueel benoemen of dit niet meteen willen of durven vertellen. Hier gaan leerlingen verschillend mee om.

Transgender

Transgender is een overkoepelende term die wordt gebruikt voor mensen bij wie het geboortegeslacht en de genderidentiteit niet overeenkomen. Iemand heeft bijvoorbeeld geslachtskenmerken van een meisje, maar voelt zich man en wil ook als man door het leven gaan. Dit is geen seksuele oriëntatie, maar gaat over identiteit. Er zijn dus homo-, bi- en heteroseksuele transgenders. Voor veel transgenders is de puberteit een onprettige periode, omdat de biologische geslachtskenmerken zich tijdens de puberteit verder ontwikkelen. Het is belangrijk dat er in de omgeving steun geboden wordt.

 

Veilige leeromgeving

Als een leerling zich niet volgens de verwachte gendernormen gedraagt, kan dit negatieve reacties uit de omgeving oproepen. Dit terwijl het exploreren van de eigen genderidentiteit en het uiten van meer of minder jongens- of meisjesachtig gedrag gezond en normaal is. Negatieve reacties hierop uit de omgeving kan bij leerlingen sociale, emotionele of psychische problemen veroorzaken.

Tips voor een veilige omgeving

Acceptatie

Neem gevoelens van een leerling serieus. Het lijkt een open deur, maar al te vaak worden variaties in gendergedrag niet geaccepteerd. Geef leerlingen de ruimte en benoem sociale druk om aan specifieke normen te voldoen. Benoem gendervariaties en besteed hier in de lessen specifiek aandacht aan.

Negatieve omgeving

In sommige klassen is er weinig ruimte voor diversiteit. Jongens die zich vrouwelijker gedragen worden uit de groep verstoten of meisjes die zich jongensachtig gedragen worden uitgemaakt voor lesbo. Ga het onderwerp dan niet uit de weg, maar maak het expliciet bespreekbaar. Benoem begrippen en licht ze toe. Weten leerlingen wat de begrippen betekenen? En welke impact scheldwoorden en uitsluiting op leeftijdsgenoten hebben?

Cultuur en religie

Besteedt aandacht aan de invloed van cultuur en religie op seksuele en genderidentiteit. Gebruik hiervoor als achtergrondinformatie zoals ‘Zwijgen is zonde’ of de informatie op sense.info. Kader informatie in vanuit het mensenrechtenperspectief en vertel dat mannen met elkaar mogen trouwen in Nederland en vrouwen ook.

Mediawijs

Benoem de rol van de media als het gaat over genderstereotiepe beeldvorming. Vraag leerlingen om beelden van mannen en vrouwen op te zoeken. Laat ze deze beelden vervolgens vergelijken met mannen en vrouwen in hun omgeving. Zien ze er hetzelfde uit? Wat is er anders? Laat ze ook zoeken naar expliciete beelden in de media van mannen die zich niet mannelijk en vrouwen die zich niet vrouwelijk gedragen. Wat laten deze beelden zien? Benoem gendervariaties en het unieke van elke persoon.

Ongeplande zwangerschap

Leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs lopen meer risico om ongepland zwanger te raken of iemand ongepland zwanger te maken. Wat kun je als docent doen om dit te voorkomen?

Verhoogd risico op ongeplande zwangerschap

Leerlingen kunnen zwanger raken vanaf het moment dat ze geslachtsrijp zijn. Bij leerlingen met een lichamelijke beperking, een psychische beperking of een chronische ziekte is het risico om ongepland zwanger te raken groter dan bij niet-beperkte leeftijdsgenoten. Een leerling staat bij een ongeplande zwangerschap voor een lastige keuze. Zij moet beslissen of ze het kind zelf wil opvoeden, ter adoptie af wil staan of laten aborteren. De stress rondom het maken van deze keuze kan leiden tot een verhoogde kans op (psychosociale) gezondheidsklachten. Leerlingen met een beperking hebben bovendien vaak vragen op het gebied van erfelijkheid, opvoedingsmogelijkheden en toekomstperspectief.

Tips bij een leerling met een (ongewenste) zwangerschap

Overleg met collega’s

Meld het bij de directie en bespreek de situatie. Overleg ook met de directie wat u wel en niet met de andere leerlingen bespreekt.

Vroegtijdig schoolverlaten

RADAR heeft een protocol geschreven rondom vroegtijdig schoolverlaten van zwangere meiden en jonge moeders. Gebruik het protocol en het bijbehorende implementatieplan om schooluitval te voorkomen.

Preventie

Besteed in de klas aandacht aan (ongeplande) zwangerschap. Neem het onderwerp bijvoorbeeld mee in de reguliere lessen seksuele vorming over voortplanting, geslachtsgemeenschap en anticonceptie.

Eén op één

Bespreek met de leerling in een één-op-één gesprek of zij nog bij de lessen seksuele vorming aanwezig wil zijn. Geef haar een aantal opties (als het niet goed voelt, kun je uit de les stappen). Houd rekening met de grenzen van de leerling en met de situatie in de klas.

Ook interessant