Uw browser (Internet Explorer 11) is verouderd en wordt niet meer ondersteund. Hierdoor werkt deze website mogelijk niet juist. Installeer Google Chrome of update uw browser voor meer internetveiligheid en een beter weergave.

Zoeken
Onderwerp

Seksuele ontwikkeling met visuele beperking

Een visuele beperking betekent dat iemand niet of slechts gedeeltelijk kan zien. Lees op deze pagina meer over de seksuele ontwikkeling van kinderen en jongeren met een visuele beperking.

Pubers met een visuele beperking kunnen de verhouding van hun eigen lijf minder goed inschatten. Ze kunnen zichzelf niet vergelijken met anderen. We werken daarom voor onze doelgroep met 'real-life dolls.
Christel van der Horst, aandachtsfunctionaris seksualiteit, Bartiméus

Seksualiteit en visuele beperking

 

Imitatie

Ziende leerlingen leren deels door te imiteren. Ze doen volwassenen en leeftijdsgenoten na en maken zich zo regels en (non-verbaal) gedrag eigen. Blinde en slechtziende leerlingen hebben aanvullende informatie en ondersteuning nodig. Bijvoorbeeld om in te schatten of er voldoende privacy is voor masturbatie of seks met een partner.

Flirten en contact leggen

Ook leerlingen met een visuele beperking experimenteren met liefde, relaties, seks en intimiteit. Ze zijn vaak iets later met hun eerste verkering en seksuele ervaring. Dit komt omdat zij op een andere manier contact leggen. Non-verbale communicatie (het aflezen van gezichtsuitdrukkingen, oogcontact maken) is moeilijk of onmogelijk.

Nieuwsgierig

Ook zijn zij net zo nieuwsgierig naar relaties en seksualiteit als hun leeftijdsgenoten. Ze kunnen echter minder goed zelf zoeken naar informatie over seksualiteit via internet, kranten, televisie of folders. Ze hebben school, ouders en vrienden nodig om hen te voorzien van betrouwbare informatie.

Beeldvorming

Ze kunnen zich minder goed een realistisch beeld vormen van relaties en seksualiteit. Dit komt omdat zij dit niet of nauwelijks kunnen ‘afkijken’ bij anderen of via de media.

Kleiner sociaal netwerk

Ze zijn afhankelijk van hun ouders of zorgprofessionals en hebben een klein sociaal netwerk. Ze zijn minder mobiel en komen daardoor minder makkelijk op plekken waar ze anderen kunnen ontmoeten. Ze praten dan ook vaker met ouders over seksualiteit dan met vrienden.